• U bent ingelogd als:

“Ooit keer ik terug”

Geplaatst in Rubrieken / Columns

 Roy kelder, op de foto naast ploeggenoot nr. 8 van Hercules

Roy Kelder vertrok zeven jaar geleden naar Hercules. De inmiddels 26-jarige aanvaller is VV Schalkwijk echter nooit vergeten. “Ooit keer ik terug bij de club.” En, lachend: “Ik hoop dat mijn vrienden dan nog met mij willen voetballen.”

Door: Martin Veldhuizen

In 2011 promoveerde Schalkwijk via de nacompetitie naar de vierde klasse. “Mijn grootste succes bij de club”, aldus Roy Kelder, die een belangrijke pion was in het elftal van Wessel Meersman, maar in de beslissende en zijn laatste wedstrijd tegen BVV’31 slechts als invaller in het veld kwam. “Ik had een hersenschudding, maar wilde per se even meedoen.” Na de promotie keerde Kelder de club – waar hij groot werd – de rug toe en vertrok naar het Utrechtse Hercules.

 

Roy, hoe is het met je?

“Ik ben bezig om helemaal fit te worden. De afgelopen jaren heb ik flink wat blessureleed gehad. Ik lag er een half jaar uit met een rugblessure, liep na een kopduel een whiplash op en scheurde in april 2016 een kruisband, waardoor ik opnieuw een jaar moest revalideren. Dit seizoen keerde ik terug, inmiddels is duidelijk dat ik aan mijn laatste seizoen bij Hercules bezig ben.”

 

Je gaat vertrekken?

“Ik heb in de winterstop te horen gekregen dat de club niet met mij verder wil. Ze hebben er onvoldoende vertrouwen in, dat ik op niveau terugkeer. Realistisch gezien snap ik het wel, maar er zijn genoeg momenten dat ik heb laten zien goed genoeg te zijn voor Hercules.”

 

Dat was in het begin wel anders, toch?

“Via mijn neef Bas Koppel mocht ik in 2011 een paar keer meetrainen met Hercules, dat destijds nog in de tweede klasse speelde. Het niveauverschil was enorm, het positiespel ging zo belachelijk snel. Toch vroeg trainer Jan Oosterhuis of ik bij hen wilde komen voetballen. Het was de moeilijkste beslissing van mijn leven, maar ik besloot de kans te grijpen.”

 

Als compensatie voor een gemiste tenniscarrière?

“Inderdaad. Als kind wilde ik proftennisser worden. Ik hoorde bij de top van Nederland, maar naarmate ik ouder werd, werd de kans op een profcarrière steeds kleiner. Toen duidelijk werd dat mijn droom er niet meer inzat, besloot ik alles op het voetbal te gooien. Hercules was een prima stap in die ambitie.”

 

Werd je direct een basisspeler?

“Nee, het eerste seizoen speelde ik nauwelijks. Net als Schalkwijk was ook Hercules gepromoveerd, waardoor ik van de vijfde naar de eerste klasse ging. Die stap was erg groot. Veel mensen bij Schalkwijk zeiden: kom toch terug. Maar ik was niet vergeten dat mijn beslissing om naar Hercules te gaan niet bij iedereen goed viel. Dat was niet fijn, maar gaf mij wel extra motivatie om te slagen. Mijn Schalkwijkse mentaliteit kwam naar boven: ik wilde niet opgeven.”

 

Het seizoen erop speelde je een beslissende rol.

“We wonnen een periodetitel en in de play-offs maakte ik in de return bij De Meern (4-2) als invaller het vierde doelpunt. Daarmee voorkwam ik een verlenging. In de finale tegen het Haagse Quick zorgde ik vijf minuten voor tijd voor de 2-1 zege. Het betekende een ommekeer in de benadering naar mij. Ik werd basisspeler in een ploeg die het seizoen erna meteen de titel pakte in de hoofdklasse.”

 

Na de zomer was de euforie snel voorbij.

“Ik raakte geblesseerd aan mijn rug, waardoor ik een halfjaar moest toekijken. In december 2014 maakte ik pas mijn debuut in de Topklasse, thuis tegen Leonidas. Het werd een geweldige rentree, want ik scoorde direct een hattrick!”

 

Nu weet je, dat je bij Hercules moet vertrekken. Kom je terug naar Schalkwijk?

“Die gedachte heeft heel even de revue gepasseerd. Ik vind het daarvoor echter nog te vroeg. Volgend seizoen hoop ik bij een club in de hoofdklasse of eerste klasse te spelen. Er is belangstelling genoeg. Maar ik ben geen broodvoetballer, die met geld te paaien is. De ambities van de club vind ik belangrijker.”

 

Wat voor type speler haalt jouw nieuwe club in huis?

“Een teamspeler. Bij Schalkwijk was ik technisch een van de beteren en veel meer een individualist, die vooral op zoek was naar doelpunten. Bij Hercules ben ik veel meer een werker geworden, een type Dirk Kuyt. Het neusje voor de goal ben ik echter nooit kwijtgeraakt, dus ik lijk ook wel wat op Klaas-Jan Huntelaar. En net als hen sta ik nuchter in het leven, zoals zoveel Schalkwijkers.”

 

Welke herinneringen heb je aan je oude cluppie?

“Ik voetbalde er samen met mijn beste vriend: Ronald Hommelberg. Na elk doelpunt zei hij: ‘van wie was de assist’? Ronald kon ook aardig ballen en had zeker een stap hoger kunnen maken. Toen ik bij het eerste kwam, keek ik enorm op tegen Jeffrey van Schaick en Mark den Hartog. Zij zijn heel belangrijk geweest voor mijn acceptatie bij de senioren. Net als trainer Wessel Meersman, die niet de beste trainer is die ik ooit heb gehad, maar zo goed snapte waar het bij Schalkwijk om draait.”

 

En verder?

“Michel Gruters, Marco Tangelder en Camiel Spaan waren mijn eerste jeugdtrainers. Mede door hen vond ik voetballen leuk. De 4 tegen 4- en zaaltoernooien zal ik nooit vergeten. Verder kan ik mij een geweldig voetbalkamp herinneren met de D1 in Tynaarlo, waar wij in legertenten sliepen. Of de viering van het 60-jarig jubileum, waar wij met ons team een rapnummer van Ali B deden. Er waren ook sportieve successen. In de onderbouw won ik de penaltybokaal, bij de A1 maakte ik 64 doelpunten in één seizoen en ook in het eerste werd ik topscorer. Ach, ik heb zoveel mooie momenten meegemaakt bij Schalkwijk.”

 

Dus ooit keer je terug?

“Absoluut! Als ik op het sportpark kom, vraagt iedereen direct hoe het met mij gaat. Dat typeert de betrokkenheid van de mensen bij de club. Dus ik kom graag terug. Ik hoop dat mijn vrienden dan nog met mij willen voetballen.”

 

Streamer: “Ach, ik heb zoveel mooie momenten meegemaakt bij Schalkwijk”

 

 

 

Tekst: Martin Veldhuizen